Deze tekst werd voor het eerst gepubliceerd in de Catholic Worker krant van 1932.
DOELEN EN MIDDELEN VAN DE CATHOLIC WORKER
Het doel van de Catholic Worker beweging is om te leven in overeenstemming met de rechtvaardigheid en de naastenliefde van Jezus Christus. Onze bronnen zijn de Hebreeuwse en Griekse Schrift zoals die overgeleverd zijn in de leer van de Rooms-Katholieke Kerk. Onze inspiratie komt ook uit de levens van de heiligen, “mannen en vrouwen van allergrootste heiligheid, levende getuigen van Uw onveranderlijke liefde”.
Dit doel vereist van ons om op een andere manier te leven. We herinneren ons de woorden van onze stichters, Dorothy Day, die zei: “God heeft de dingen veel eenvoudiger bedoeld dan wij hen gemaakt hebben” en Peter Maurin die een maatschappij wilde bouwen “waar het gemakkelijker is voor mensen om goed te zijn”.
* * *
Wanneer we onze samenleving die kapitalistisch genoemd wordt (omwille van haar methodes om welvaart te produceren en te controleren) en burgerlijk is (omwille van een dominante bekommernis om het verwerven van bezit en materiële belangen en haar nadruk op respectabiliteit en mediocriteit) nader bekijken, menen we dat deze veraf is van Gods rechtvaardigheid.
Op het gebied van economie brengt het private en het staatskapitalisme een onrechtvaardige verdeling van rijkdom voort. Dit omdat beslissingen gemotiveerd worden door het winstmotief. Degenen die aan de macht zijn leven van het zweet van anderen. Dat terwijl de machtelozen beroofd worden van een faire beloning voor hun werk. De rente (het vragen van een interest die meer is dan de administratieve kosten) draagt in belangrijke mate bij tot de verkeerde werking van het systeem. We merken hierbij in het bijzonder op hoe de schuldencrisis arme landen dieper in ontbering en afhankelijkheid dwingt. Uit deze toestand lijkt voorlopig geen ontsnappen mogelijk. Hier bij ons stijgt het aantal hongerige en dakloze mensen in het midden van een toenemende rijkdom.
Op het gebied van arbeid is menselijke noodzaak niet langer de reden voor menselijke arbeid. In plaats daarvan regeert een ongebreidelde expansie van technologie, die noodzakelijk is voor het kapitalisme en die als vooruitgang wordt gezien. Jobs zijn geconcentreerd in de productie en de administratie die ten dienste staan van een high-tech en oorlogsgerelateerd, consumptiesysteem van goederen met een beperkte levensduur. Dit heeft als gevolg dat de werkende mens gedwongen wordt werk te leveren dat niet bijdraagt aan het algemeen menselijke welzijn. Meer nog, doordat jobs meer gespecialiseerd worden, worden vele mensen uitgesloten van een zinvolle arbeid of worden mensen vervreemd van de producten van hun arbeid. Zelfs op het gebied van landbouw is dit zo. De agrobusiness heeft de landbouw vervangen. Op alle gebieden wordt morele terughoudendheid brutaal aan de kant gezet. Een misprijzen voor de werking van de natuur bedreigt de planeet zelf in haar bestaan.
Op het gebied van politiek controleert en reguleert de staat het leven. Haar macht is toegenomen, hand in hand met de groei van de technologie. Dit heeft als gevolg dat militaire, wetenschappelijke en bedrijfsbelangen de hoogste prioriteit genieten wanneer de concrete beleidsvorming gebeurt. Gezien alleen al de grootte van de instituties neigt de situatie naar regering door bureaucratie, dwz. een regering door ‘niemand’. Bureaucratie, op alle gebieden van het leven, is niet alleen onpersoonlijk. Het maakt ook verantwoording moeilijk. Als dusdanig wordt een effectief politiek forum om een antwoord te bieden aan reële grieven zo goed als onmogelijk.
Op het gebied van moraal worden relaties tussen mensen gecorrumpeerd door verdraaide beelden van de menselijke persoon. Klasse, ras en sekse bepalen de waarde en de positie van een persoon binnen de samenleving. Dit leidt tot structuren die onderdrukking aanmoedigen. Het kapitalisme verdeelt de samenleving door kapitaaleigenaars en de werkende mens tegen elkaar op te zetten in een eeuwig conflict over de rijkdom en de controle daarover. Degene die ‘onproductief’ zijn worden aan hun lot overgelaten en in het beste geval ‘verwerkt’ door de molen van allerlei instituties. Geestelijke armoede is overal en uit zich in eenzaamheid, geestelijke verwarring, promiscuïteit en geweld.
De bewapeningsopbouw is een duidelijk teken van de richting en de geest van onze tijd. Het heeft het domein van vernietiging en de vrees om uitgeroeid te worden uitgebreid. Het ontkent het basisrecht om te leven. Er bestaat een direct verband tussen de bewapeningswedloop en armoede. “De wapenwedloop is een verraderlijke val en schaadt de armen op een onaanvaardbare manier.” (Vaticaan II, Gaudium et Spes, 81)
* * *
In contrast met wat we rondom ons, alsook in onszelf, zien staat Thomas van Aquino’s doctrine van het Gemeenschappelijke Goed. Dit is een visie op een samenleving waar het goede van elk lid verbonden is met het goede van het geheel dat ten dienste staat van God.
Tot dit doel staan we voor:
Personalisme. Personalisme is een filosofie die de vrijheid en de waardigheid van elke persoon als basis, focus en doel neemt van alle metafysica en moraal. Wanneer we deze wijsheid navolgen, bewegen we ons weg van een narcistisch individualisme en naar het goede van de ander. Dit moet gebeuren door persoonlijk verantwoordelijkheid te nemen om toestanden te veranderen eerder dan dat men naar de staat of andere instituties kijkt om onpersoonlijke ‘naastenliefde/solidariteit’ te voorzien. We bidden voor een kerk die door deze filosofie wordt hernieuwd en voor een tijd waar al diegenen die zich uitgesloten voelen te participeren, verwelkomd worden met liefde. Moge men hierbij aangetrokken worden door het zachtaardige personalisme dat Peter Maurin onderwees.
Een gedecentraliseerde samenleving. Dit in tegenstelling tot de huidige grootte van de overheid, de industrie, het onderwijs, de gezondheidszorg en de landbouw. We moedigen inspanningen aan zoals familieboerderijen, het bruikleen van rurale en stedelijke gronden, arbeiderseigenaarschap en – management van kleine werkplaatsen, homesteading projecten, voedsel – , woning – en andere coöperatieven. Met ander woorden alle contexten waar het geld opnieuw niet meer is dan een ruilmiddel en waar mensen niet langer goederen zijn.
Een groene revolutie, zodat het mogelijk wordt de ware betekenis van onze arbeid en/of onze banden met het land te herontdekken; een distributief komunitarisme, dat zelfvoorziend is door het land te bebouwen, door vakmanschap en aangepaste technologie; een radicaal nieuwe samenleving waar mensen bouwen op de vruchten van hun eigen inspanningen en arbeid; associaties van wederkerige hulp en een fairheid om conflicten op te lossen.
* * *
We geloven dat deze noodzakelijke persoonlijke en sociale transformaties nagestreefd moet worden met de middelen die Jezus heeft getoond in zijn zelfopofferende liefde. Met Christus als ons voorbeeld, door gebed en communie met zijn lichaam en bloed, streven we naar praktijken van
Geweldloosheid. “Gezegend zijn zij die vrede stichten, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.” (Matt. 5:9). Enkel door geweldloze actie kan een personalistische revolutie gebeuren. Een revolutie waarin het ene kwaad niet gewoon wordt vervangen door een ander. Dusdanig zijn we tegen het intentionele nemen van een menselijk leven om welke redenen dan ook en beschouwen we elke vorm van onderdrukking als een affront aan God. Jezus leerde ons het lijden op onszelf te nemen in plaats van het anderen aan te doen. Hij roept ons op om te vechten tegen geweld met de spirituele wapenen van gebed, vasten en non-coöperatie met het kwaad. Weigeren belasting te betalen om oorlog te financieren, weigeren te registreren voor de dienstplicht, weigeren mee te werken aan onrechtvaardige wetgeving, en anderzijds deelnemen aan geweldloze stakingen en boycotts, protesten en wakes, niet langer dominerende systemen, multinationalwinsten of woekerpraktijken steunen zijn excellente manieren om vrede te stichten.
De werken van barmhartigheid (Matt. 25:31-46) vormen de kern van het Evangelie en geven duidelijke richtlijnen voor ons antwoord aan “de minste van onze broeders en zusters”. Huizen van barmhartigheid zijn centra waar je werken van liefde kunt leren zodat de armen krijgen waar ze recht op hebben, de tweede jas in onze kast, de vrije ruimte in ons huis, een plaats aan tafel. Alles waar we niet onmiddellijk nodig hebben, hoort toe aan diegenen die het niet hebben.
Handenarbeid, dit in een samenleving die handenarbeid verwerpt als onwaardig en minderwaardig. “Naast het feit dat handenarbeid samenwerking met zich meebrengt, naast het feit dat handenarbeid barrières tussen mensen overwint en een geest van broeder- en zusterschap met zich meebrengt (en natuurlijk ook de dingen gedaan krijgt), maakt handenarbeid het mogelijk onze geest te benutten.” (Dorothy Day). Het benedictijnse motto ‘bid en werk’ herinnert er ons aan dat handenarbeid een gave is om de wereld en Gods glorie op te bouwen.
Vrijwillige armoede. “Het mysterie van de armoede is dat als we erin delen, als we onszelf arm maken in het geven aan anderen, we onze kennis en geloof in de liefde vergroten.” (Dorothy Day). Door vrijwillig arm te zijn, dit betekent door ons lot in de loterij te werpen van diegenen voor wie armoede geen vrijwillige keuze is, vragen we de gratie om onszelf te verlaten op de liefde van God. Het stelt ons in staat om de ‘voorkeur van de Kerk’ voor de arme in praktijk te brengen.
* * *
We moeten bereid zijn schijnbaar falen bij het bereiken van deze doelen te aanvaarden. Opoffering en lijden behoren tot het christelijke leven. Succes zoals de wereld dat bepaalt is niet het eindcriterium, is niet het laatste woord. Het belangrijkste is de liefde voor Jezus Christus en het beleven van zijn waarheid.
