vrijdag 12 april 2013 om 20 u. in de Rabotkerk (Begijnhoflaan 31)

Over een vluchtelingenkamp bij Calais maakte de Franse regisseur Philippe Lioret het grauwe en verontrustende ‘Welcome’. ‘De jungle’ noemen de vluchtelingen het zelf.Een weerbarstige Franse veertiger en een jonge Koerdische vluchteling vormen het middelpunt van ‘Welcome’, een verhaal dat zich net zo goed in Frankrijk als in Nederland als in het Zuiden van de VS had kunnen afspelen. In rauwe, realistische tonen schetst Lioret de pogingen van de zeventienjarige Bilal (Firat Ayverdi) om vanuit Frankrijk naar Groot-Brittannië te komen, nadat hij drie maanden op weg is geweest om in Calais te komen. Lioret deed maanden onderzoek voordat hij met het project begon. Toen hij hoorde dat vluchtelingen daadwerkelijk probeerden het kanaal over te zwemmen om Engeland te bereiken, besloot hij de film ook echt te maken.

Inleiding en bespreking door Isfried Rodeyns.

Een radio interview over Dorothy Day, de stichtster van de Catholic Worker beweging. Een interview met onze broeders en zusters uit Amsterdam.

http://www.rkk.nl/abc/detail_objectID746137.html

Aan de kook... voor 120 man.

Zaterdag 7 januari 2012 organiseerde de Catholic Worker opnieuw een solidariteitsbezoek aan de vluchtelingen in Calais. Met ingezamelde kledij en dekens voor de mensen ter plaatse en 400 euro trokken we met vijftien mensen naar Calais. Hieronder volgt o.a. het verslag door één van de deelnemers, Ingrid.

In de duinen van Calais

Sylvie vertelt over het leven en werken met de vluchtelingen in Calais.

Calais, SALAM, vluchtelingen en wij….Licht, vuur en mirre.
Op zeven januari 2012, één dagje na Driekoningen, trokken we met twee volle bestelwagens, twee auto’s en een delegatie van 15 mensen naar Calais. Allen nieuwsgierig naar wat deze dag ons zou brengen qua emoties, indrukken en met een hele boel vragen over wat en hoe, wie en waar, wanneer en vooral waarom? Gek genoeg keerden de meeste onder ons met nog meer vragen terug huiswaarts.
Afspraak dus om acht uur aan de opslagplaats in de Molenaarstraat te Gent, alle verzamelde spullen in en overladen om rond de middag, onder de winterzon, aan te komen bij l’association SALAM.

Persoonlijk was ik al onder de indruk: één grote stapelplaats van kledij, dekens, groenten en fruit, blikken en bokalen, brood en yoghurt, massa’s bananen en grootkeuken kookpotten. Ik voelde vooral massa’s positieve energie.

De dekens die we hebben ingezameld werden al de dag zelf verspreid onder de vluchtelingen.

Na het uitladen van onze ingezamelde spullen, werden we warm ontvangen door Sylvie en kregen we een uiteenzetting over het ontstaan, de werking, de missie, de visie en de doelstelling van deze organisatie. Wat mij en nog andere leden, het meest ergert is dat de Franse regering niet enkel de vluchtelingen verjaagt, maar ook de hulporganisaties die zich inzetten om deze mensen toch een hart onder de riem te steken.

De hele dag hebben we de druk en de dreiging van de politiekorpsen gevoeld en de negatieve ervaringen, de verhalen van en justitiële processen tegen SALAM, hebben dit nog meer in de verf gezet.
Sylvie bracht ons naar de verzamelplaats waar zij vanuit de gemeente de toelating gekregen hebben om de vluchtelingen de maaltijden te geven; een gebetoneerde met hoge metalen hekken omringde “speelplaats”, maar dan wel zonder banken en kleurloos grijs, goed afgeschermd en afgesloten van de buurt en de buitenwereld. Met aan de ingang nog een kleine container waarin SALAM hun “Bobologie” toepast en de pijnlijke voeten of kleine kwetsuren kunnen verzorgen.
Bij het betreden van deze open ruimte voelden verschillende mensen van onze delegatie zich onwennig, toeschouwers met luxeproblemen of zelfs ramptoeristen. Misschien zouden we in de toekomst onszelf even kunnen voorstellen om deze drempel iets lager te maken.

Steven kon hen vermaken en het ijs breken met truckjes met jongleerballen, leuk om te zien hoe je met zo’n kleine balletjes een glimlach kan toveren op gezichten.  Dus volgende keer kunnen we ook voetballen meebrengen, eenvoudige internationale gezelschapsspelen waarmee we op een ludieke en interactieve manier het contact kunnen aangaan. Dit jaar leek de sfeer ook meer gespannen onder de vluchtelingen, wantrouwende blikken, zeker als antwoord op de vragen die we stelden. Neen, wij zijn niet van de pers, geen journalisten, geen politie of controleurs, maar stellen misschien wel dezelfde vragen?
Uitzicht op de haven en gezelschap van massa’s zeemeeuwen die samen met de vrijwilligers dienst doen als kruimeldief en opruimdienst voor de restjes van de maaltijden . De zee naar Engeland en de vogels, staan voor deze mensen symbool voor «Vrijheid». De vrijwilligers zijn er voor een babbel, een begripvolle blik, een luisterend oor en vooral om hen moed te geven, het doel in de toekomst te blijven zien en hun lege magen te vullen, warme kledij aan te bieden en hen in hun menswaardigheid te blijven (h)erkennen.
Ik maak kennis met Mangadjan uit Afghanistan. Probeert me met een glimlach wijs te maken dat hij uit Calais komt. Speelt al even pingpong; namelijk oversteken naar Engeland, opgepakt worden en terug gestuurd worden naar Calais, om dan terug proberen over te steken. Waar het balletje valt, weet hij niet op voorhand. Hij heeft asiel aangevraagd en toen ik hem zei dat het waarschijnlijk negatief was, vroeg hij me hoe ik dat kon weten. Toen ik hem antwoordde dat hij anders toch niet hier zou gezeten hebben, knipoogde hij en vertelde me dat hij niet opgeeft. Hij wil vooruit in het leven, een thuis vinden en zolang dit niet in orde is, zal hij zijn familie in zijn thuisland niet meer contacteren. Slecht nieuws brengen is niet gemakkelijk en zeker niet leuk. In zijn trainigsvestje had hij het koud, en hij zou op zoek gaan naar warmere kleren. In de plaatselijke kerk was er die middag een kledingbedeling, en ’s avonds konden we merken dat sommigen nieuwe schoenen, een nieuwe jas of trui aanhadden. Golden Shoes to run to Liberty…
Wat smelt en breekt tegelijk mijn moederhart bij het ontmoeten van die jonge kerels! En toch blijf ik glimlachen, vertellen, en hoop ik dat ze heel snel een warme thuis vinden.

Bij terugkeer in het centrum werd ons team in twee groepen verdeeld, de ene groep kroop de kelderruimte in om de kleding te sorteren en dekens op te rollen en samen te binden. De andere groep gaf assist in de keuken, want er werd ’s avonds pasta met Bolognaisesaus geserveerd, een slaatje met slasaus, brood en een yoghurt en mandarijnen als dessert.
Ikzelf heb in mijn hele leven nog nooit zoveel champignons gezien, geroken en gesneden samen met Claire, Noemi, An en Claudia. In team met Johan mocht ik honderd slaatjes inpakken in plastic folie, en samen met Annie massa’s prei kuisen en snijden voor de soep van morgen. Dit alles geparfumeerd met een collegiale sfeer, een lach, een lekker kopje straffe Franse koffie en een stukje kerststronk met chocoladesmaak! Brice vertelde me dat hij daar zeven dagen op zeven werkzaam is om alles op te vangen, te sorteren, te stapelen, na te kijken en te zien dat iedereen zijn ding kan doen. Drie grote bakken lychees, sorteren… de minst beschimmelde en nog eetbare eruit plukken was de opdracht, niet evident hé Isfried? Pompoenen schillen en in stukjes snijden met Koen, Noemi en An, opgepast voor de vingers hé Johan! Koen stelde zichzelf voor als “triangoloog”, worden die dingen dan ook gestemd?? Grapjas, laat ons nog wat vlees snijden! Hey Maarten, ken ik jou ergens van? Tuurlijk wel, en al heel snel blijkt dat de wereld klein is. Zeker de onze, die van de vluchtelingen lijkt hiertegen enorm wijds.
Noemi sorteert de vele potjes yoghurt op versheiddatum. Ongelooflijk wat er allemaal komt bij kijken. Na het sorteren van het fruit, de groenten en het brood vroeg ik me af wat er met die hoop afval gebeurt? De cirkel wordt rond gemaakt door vrijwilligers die dit alles komen ophalen voor de dieren.  De ophaaldiensten van de gemeente zijn er niet mee gediend, maar voor alles is hier een oplossing. De sfeer was warm en het werk liep smoothly. We zijn graag geziene Belgen voor onze hulp, morgen staan ze er terug alleen voor, en ze gaan door! We krijgen zelfs de vraag of we niet willen blijven, overnachten, nog één dag langer blijven?
Richard ging met Steven, An en wie nog meer op zoek naar brandbaar hout en hebben dit ook gevonden, een hele bestelwagen vol, gekregen van Brico, vertelde hij me met voldane blik! Dit zijn ze dan met een deel van het team in twee kraakpanden gaan afleveren. Het Afrikaanse en Afghaanse pand, leegte, zware indrukken, harde verhalen, wantrouwen, frustraties,… goed gedaan mensen!
Rond zes uur stonden we allen klaar om terug naar de verzamelplaats te rijden in colonne. De goed gevulde bestelwagen met eten werd heel vlot uitgeladen tot er al snel een buffet ontstond. Een vrijwilligster van “Heksenketel”, een Nederlandse organisatie stond er middenin met voor elk een plastic zak gevuld met lekkers, wat sigaretten en leuke hebbedingetjes. Veel “thank you’s, merci’s en dankbare blikken” vulden mijn oren en ogen toen ik elkeen een yoghurt mocht toesteken…
Toch moest het geheel goed bewaakt worden, sommigen willen meer, anderen willen iets anders, “the survive of the fittest” speelt hier echt wel mee, en misschien ook de macht van de sterkste, de kracht van de durvers. Geen agressieve toestanden deze keer, al is het schijnbaar vroeger wel anders geweest, maar het warme weer zorgt voor minder vermoeidheid en meer tolerantie.
Wat me opvalt is dat die kerels de versheiddatum van de producten goed nakijken en de potjes weigeren als de datum verlopen is.  Angst voor buikloop en buikkrampen vertelt Sylvie me, waar lopen ze met dit probleem naartoe? Wie bezorgt hen medicatie? Dus liever geen risico.
Toen ik haar vroeg wat we dan in het vervolg best meebrengen kon ik mijn oren niet geloven hoe creatief sommigen kunnen zijn en waar we rekening mee moeten houden. Winterjassen, maar niet van leder of daim, want die worden te zwaar om te gaan lopen als ze nat zijn van de regen, geen grote tassen om alles in te verzamelen “trop encombrant” om te vluchten voor de politie. Kaarsen voor Licht, theelichtjes voor Warmte, aanstekers voor Vuur, toiletgerief en zeepjes; liefst in klein formaat voor een lekker geurtje na de douches. Ieder mens heeft recht op menswaardigheid en hygiëne geeft hen een lekker gevoel. Ons toch ook, ni?
Ik heb me voorgenomen en haar beloofd om de crea-clubs aan te moedigen om sjaals en mutsen te breien en wanten zonder vingers, “des mitaines”, zodat ze hun vingers vrijhouden om de vrachtwagens te kunnen openen, persoonlijke zaken vlugger te kunnen opnemen en te vluchten.
Na de maaltijd loopt het daar al snel leeg, ieder gaat een plek zoeken om de nacht door te brengen. Ook wij nemen afscheid met de belofte zeker nog terug te keren volgend jaar, misschien zelfs dit jaar nog een keer.
In Noemi’s nieuwe auto is het gezellig warm, samen met An zitten nog wat na te babbelen en al vlug slapen Isfried, Koen en Claudia in, de muziek zingt rustig over verschillende mensenkleuren, in mijn handschoenen ruik ik etensgeuren…In Jabbeke verzamelt het team nog voor een debriefing en een warme kop koffie, gevoelens en indrukken worden gedeeld. To do’s genoteerd. Een toffe bende, een leuke groep voor sommigen helemaal nieuw, ook voor mij. Ik heb ervan genoten, een leuke ervaring om zo te kunnen een steentje bijdragen, geeft een tof gevoel. Dankjewel Johan en leuke teamgenoten van vandaag. Naast mijn drukke leventje is er nog een doel bij gekomen. See you, next year, in Calais!
Ingrid.

Foto (door Richard): Een man uit Darfour in het voormalige kraakpand ‘AfricaHouse’ in Calais 27-11-2010.

In het Bijbelboek Exodus trekt het Hebreeuwse volk met Mozes als hun voorman op naar het beloofde land. Mozes zelf zal nooit het land binnentrekken, maar zijn nakomelingen wel. Door de woestijn en de zee moesten ze trekken op weg naar een betere toekomst en vrijheid. De droom en het verlangen naar dit beloofde land van melk en honing, heb ik al vaak gezien in de ogen en gehoord in de woorden van de vele migranten in Calais (FR). De woestijn en vijandigheden waar ze door moeten zijn vaak eindeloos. Van Afrika, Afghanistan, Iran, Irak, Tunesië trekken ze soms grote stukken te voet, achterin een vrachtwagen of per boot richting het Verenigd Koninkrijk. Daar hebben ze van gehoord, van gedroomd, dat is het land van belofte.
In vele landen hebben ze de goedgeklede en opgeleide Britse militairen gezien, de rijke « business men » en de goedbetaalde NGO-medewerkers, die in hun kielzog volgen. De Angelsaksische televisie en radio draagt de waarden van democratie en welvaart de wereld in.
Dus familie en vrienden leggen alle middelen samen, lenen geld aan bendes en smokkelaars, $ 10.000, $ 20.000…. om hun jongste zoon naar het beloofde Europa of Engeland te sturen. “Het geleende geld kan hij daar toch snel terugverdienen” wordt hen wijsgemaakt. Of ze verkopen al wat ze bezitten: land en huis.
Maar de reis over land is lang, sommigen trekken meer dan zes maanden voor ze Calais bereiken en weer anderen geraken er nooit. Hun familie zal nooit van hen horen. Sinds 1993 zijn meer dan 16.000 migranten gestorven op weg naar Europa. 16.000 die geregistreerd staan, maar hoeveel tienduizenden doden meer zijn er niet gevallen? De vlijmscherpe grenzen van Europa, de detentiecentra, de matrakken van agenten, de verleiding van drugs en alcohol te midden van deze bittere armoede, prostitutie, de kille eenzame nachten in het openlucht.
De woestijntocht is lang en heeft niets tot weinig te maken met wat wij westerse christenen bedoelen met ‘woestijntocht.’
In Calais vind je mannen en jongeren, soms wel eens een vrouw, die hard bezig zijn met overleven, omdat ze door die woestijn moeten, omdat het beloofde land in zicht komt. Helaas is de Europese droom een droom voor sommigen en is Engeland een land van een niet-waargemaakte belofte. De toekomst voor velen van hen is somber. Eenmaal in Engeland zullen sommigen belanden in de ‘illegaliteit’. Werken aan een loon onder de minimum wedde. In ateliers en sweatshops lange uren kloppen om de schulden van hun reis af te betalen. Vele keuze hebben ze niet, als ze hun familie niet in de verdere miserie willen laten belanden. Anderen zullen misschien de kans krijgen om als vluchteling erkend te geraken en een nieuw leven te beginnen.
Elk gezicht van elke vluchtelingen die je in Calais ontmoet, er zit een heel verhaal achter. Het zijn mensen op weg, op zoek naar geluk, naar het beloofde land.  Broeder Johannes.

 

Een alternatief Onze Vader gebracht vanuit de protestantse gemeenschap

Op zaterdag 10 december 2011, de internationale dag voor de rechten van de mens, nam Catholic Worker het initiatief voor een interreligieuze wake. Omdat we geloven dat het opsluiten van vluchtelingen en mensen zonder papieren een mensonwaardige daad is. Met deze wake wensten  we onze solidariteit te betonen aan de opgesloten vluchtelingen en vanuit religieuze hoek een signaal geven dat we niet akkoord zijn met deze praktijk.

45 mensen uit verschillende geloofsgemeenschappen namen deel aan de wake. De wake haalde zowel het lokale, als nationale nieuws.

Over de gesloten centra:

België telt 6 gesloten centra, met een nieuwe in aanbouw. Gemiddeld worden jaarlijks 8000 vreemdelingen in deze centra opgesloten. De mensen die opgesloten worden in de detentie centra hebben – behalve dat ze geen geldige verblijfsdocumenten bezitten – geen misdrijf gepleegd! Toch verblijven ze in instellingen en oud-gevangenissen waar een streng gevangenis- en groepsregime heerst. Er zijn nauwelijks voorzieningen, ook niet voor de kinderen, en de bewoners mogen maar beperkt bezoek ontvangen. Sommige vluchtelingen verblijven er meer dan zes maanden. Mensen worden opgesloten in afwachting van hun deportatie, soms in afwachting van hun doorverwijzing naar een ander Europees land en sommigen komen uiteindelijk weer vrij in België. Vaak zijn deze opsluitingen langdurig of zelfs arbitrair. 

Op de wake werd gebed, zang & meditatie gebracht vanuit de verschillende deelnemende geloofsgemeenschappen: katholiek, protestants, boeddhistisch, islamitisch. Een bijzondere dank gaat uit naar de Interlevensbeschouwelijke Werkgroep van Gent.

"Waken" omdat we niet akkoord gaan.

 

Dit jaar stonden we met een standje van de Catholic Worker op de Anarchistische Boekenbeurs in Gent. Met enkele boeken, pins en gewapend met Catholic Workers kranten vanuit de V.S., Nederland en ons eigen krantje.
We kregen veel positieve reacties, en voor veel mensen was het de eerste keer dat ze over Catholic Worker hoorden. De dag vloog voorbij en het was leuk vrienden en kameraden terug te zien.

http://users.telenet.be/aboekenbeurs/

 

De solidariteitsactie naar de asielzoekers van Calais van zaterdag 27 november was de eerste actie van de Catholic Worker Gent.  Een 15-tal mensen gingen naar Calais om er een grote bestelwagen met materiaal af te leveren bij de organisatie Salam.  Het materiaal bestond voornamelijk uit kledij.  Er waren ook schoenen, zeep en scheermesjes. 

Salam is de organisatie die in Calais noodhulp organiseert voor de asielzoekers.  Salam bestaat sinds 2002 toen de Franse overheid het Rode Kruiskamp van Sangatte sloot.  De vele asielzoekers van Calais en omgeving kwamen van de ene dag op de andere zonder enige vorm van onderdak of voedselhulp te staan.  Salam zorgt vooral voor kledij en voedsel.  ‘s Middags en ‘s avonds houdt Salam voedselbedeling.  Het eten wordt klaargemaakt door vrijwilligers.  De organisatie zamelt daarnaast kledij in die aan de asielzoekers wordt verstrekt.  Elke zaterdag wordt er vestiaire gehouden. Salam helpt ook asielzoekers die in Frankrijk een asielaanvraag willen indienen.  Soms kunnen ze ook tijdelijk onderdag aanbieden in faciliteiten van de stad, echter bijlange niet aan iedereen. 

Calais is een plaats waar vele asielzoekers tijdelijk verblijven omdat ze van daaruit de oversteek naar Engeland proberen te maken.  De bestemming van de meerderheid van asielzoekers in Europa is Engeland, omdat het er relatief eenvoudiger is om zonder papieren of vaste verblijfplaats toch aan werk te raken.  Sommige asielzoekers hebben er vrienden, familie of kennissen.

De vluchtelingen die in Calais arriveren zijn bijna zonder uitzondering jonge mannen.   Op het moment van onze actie was de grote meerderheid van de asielzoekers afkomstig uit Sudan en meerbepaald Darfur.  Ze zijn er het oorlogsgeweld ontvlucht.   Daarnaast was er ook een kleinere groep Afghanen. Sommigen zijn al maanden in Calais, anderen zijn net gearriveerd. Er is niemand te zien met een rugzak of enige andere bezittingen dan de kleren die men draagt.

Ons materiaal leveren we af in het depot van Salam.  Daar worden ook de maaltijden bereid.   Op dit moment betreft het ongeveer een 150-tal maaltijden die dagelijks bereid moeten worden door vrijwilligers.

We hielpen bij de bereiding van het avondmaal en vervolgens gingen we naar het Africa House. Het Africa House is een complex van vervallen industriële gebouwen dat gekraakt wordt. De meeste asielzoekers van Afrikaanse afkomst ‘verblijven’ en overnachten er. Het Africa House is niet afgesloten, het is er even koud als buiten. Vrijwilligers van Salam zoeken elke dag paletten en ander hout op het industriegebied van Calais.  Zonder vuur is het Africa House ijskoud.  Er ligt ook veel afval.  Het tart de verbeelding dat mensen, vaak maandenlang, in deze omstandigheden moeten leven, slapen en vooral wachten.

Pesterijen en vernederingen van de politie zijn dagelijkse kost voor de bewoners van het Africa House.  De politie valt er elke dag meerdere keren binnen.  De Franse ordepolitie, de CRS, arresteert er dagelijks asielzoekers om ze na een paar uur terug vrij te laten aan het politiekantoor enige kilometers verderop.  Waarop ze gewoon terugkeren naar het Africa House.  Soms bespuit de politie het slaapgerief met traangas om het onbruikbaar te maken. 

Ondanks alles is de sfeer rond het grote vuur waar de mensen zich verzamelen niet slecht.  De gezichten zijn eerder optimistisch dan wanhopig en radeloos.

Rond 18u zakken de bewoners van het Africa House af naar de voedselbedeling van Salam.  De bedeling gebeurt in open lucht op een geasfalteerd terrein langs de ring rond het cenrum van Calais.  Een afdak is de enig beschutting tegen de sneeuw voor de wachtende rijen.  Het beschikbaar stellen van een terrein met afdakken is bijna het enige wat de stad Calais doet voor de asielzoekers ondanks het feit dat deze schrijnende toestanden zich in de stad zelf afspelen.

Wanneer de voedselbedeling voorbij is besluiten we met de bestelwagens nog hout op te halen en te gaan afleveren bij een kleiner kampement van asielzoekers te Téteghem.  Het kamp ligt in de velden buiten Duinkerken.  Het is al donker en we zien niemand meer. We laten de paletten er achter op de parking en we keren terug huiswaarts.

Foto: voedselwachtrij in de sneeuw. 200 mensen staan aan te schuiven voor een potje warm eten.

Gastvrijheid
De bijbel is een vreemd boek. Als moderne mens, gelovig of niet, kan je jezelf afvragen welke functie deze eeuwenoude overlevering heeft in onze maatschappij en ons persoonlijk leven. Ik geef het toe, beste lezer, dat ook mijn bijbel meestal voornamelijk stoffig staat te worden in mijn boekenkast. Uit verveling of nieuwsgierigheid blaas ik af en toe het stof eraf en blader er eens door. Tijdens mijn laatste bladersessie werd ik getroffen door volgend vers.
“Gij zult ook den vreemdeling geen overlast doen, noch hem onderdrukken; want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland”. (Exodus: 22,21).

Ik kan me voorstellen dat u bij dit citaat de wenkbrauwen fronst of de schouders ophaalt, maar voor mij voelde het aan als een persoonlijke noot. Enkele jaren geleden heb ik als reisleidster immers inderdaad gewoond en gewerkt in Egypte. Ik was er een vreemdeling, een allochtoon ofwel een anderstalige nieuwkomer, zoals we dat tegenwoordig zo mooi politiek correct zeggen. De Egyptenaren keken zonder twijfel raar op van mijn westerse gewoontes en kledingstijl. Nooit heb ik echter het gevoel gehad dat ze op mij neerkeken omdat ik anders was. Geen enkele keer voelde ik dwang om me anders te kleden of te gedragen. Wanneer ik twijfelde, stonden de Egyptenaren steeds klaar met raad en wanneer ik dan toch iets verkeerds deed volgens de plaatselijke gewoontes, lagen ze meestal dubbel van het lachen.  Arabisch leren is geen lachertje, dus vaak moest ik meer met handen en voeten dan met woorden uitleggen wat ik wilde: een busticketje,dagschotel of buikdansles. Het viel me op dat ze steeds heel geduldig waren met mij en ieder woord Arabisch dat ik sprak werd op gejuich onthaald. Ook de Belgische toeristen die ik begeleidde, jubelden over de Egyptische gastvrijheid.

Ik was er graag gebleven, in dat immer zonnige woestijnland met zijn vriendelijke bevolking, heerlijke keuken en onvoorstelbare cultuurschatten. Maar de heimwee naar ons koude kikkerlandje heeft uiteindelijk gewonnen. Migrant zijn, het is niet gemakkelijk. En hoeveel minder makkelijk wordt het als je nieuwe land geen gezellige nieuwe thuis blijkt te zijn, maar een kille plek waar je keer op keer wordt duidelijk gemaakt dat je eigenlijk niet gewenst bent?

Men zegt wel eens dat door internet, globalisering, enzovoort, de wereld een dorp is geworden. In een dorp laten mensen hun achterdeur steeds open. Buren en vrienden komen vaak onaangekondigd langs voor een koffie en een praatje. Waarom houden wij, die in de beste wijk van het werelddorp wonen, al onze deuren stevig op slot?

Omdat ik zelf ooit een vreemdeling was en gelukkig gastvrij werd onthaald, ben ik vastbesloten deze gastvrijheid ook zelf in de praktijk te brengen: respect, een luisterend oor, een schouderklopje. Het kost niets, maar betekent zoveel. Het maakt de nieuwe wereld voor de vreemdeling een beetje minder vreemd en een beetje meer thuis.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.